Bestuursrecht in beeld: nieuwe uitspraak over toetsingskader herzieningsverzoek

 30 juni 2026 | Blog | NL Law

Op 17 juni 2026 deed de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State een tweede tussenuitspraak in een geschil over de weigering van de burgemeester van Roermond om een woningsluiting op grond van de Opiumwet te herzien. Het besluit tot woningsluiting van 12 september 2019 is onherroepelijk, omdat daartegen geen bezwaar was gemaakt. Op 4 juni 2021 heeft de (voormalige) bewoner een verzoek om herziening van dat besluit ingediend bij de burgemeester. De uitspraak van de Afdeling bevat belangrijke lessen over de behandeling van zo’n herzieningsverzoek. Samengevat ziet het kader er als volgt uit.

Stap 1: oorspronkelijke besluit in volle omvang heroverwegen of – overeenkomstige – toepassing geven aan artikel 4:6 Awb?

Als om herziening van een besluit wordt verzocht, heeft het bestuursorgaan de bevoegdheid om dat inhoudelijk te behandelen en daarbij het oorspronkelijke besluit in volle omvang te heroverwegen. Dat had in dit geval betekend dat de burgemeester opnieuw zou beoordelen of de woning in september 2019 terecht gesloten is.

Een bestuursorgaan kan echter ook een andere aanpak kiezen, en dat is overeenkomstige toepassing geven aan artikel 4:6 Awb. Die bepaling ziet op herhaalde aanvragen en is dus strikt genomen niet van toepassing bij een herzieningsverzoek, maar kan wel overeenkomstig worden toegepast. Dat is vaste jurisprudentie van de Afdeling (zie bijvoorbeeld ABRvS 26 april 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1219). Een bestuursorgaan beoordeelt dan of er nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden zijn. Nieuw gebleken feiten zijn feiten die na het eerdere besluit zijn voorgevallen, of feiten die weliswaar vóór dat besluit speelden maar destijds niet konden worden aangevoerd. Nieuw gebleken feiten zijn ook bewijsstukken van al eerder gestelde feiten of omstandigheden, als deze niet vóór het nemen van het eerdere besluit konden worden overgelegd. Zijn er geen nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden, dan kan het herzieningsverzoek worden afgewezen.

Stap 2: afwijzing herzieningsverzoek evident onredelijk?

Kiest het bestuursorgaan voor overeenkomstige toepassing van artikel 4:6 Awb, dan moet echter ook nog worden beoordeeld of het besluit om het herzieningsverzoek af te wijzen niet evident onredelijk is. De lat hiervoor ligt hoog: alleen in uitzonderlijke gevallen zal de afwijzing evident onredelijk zijn. Dat neemt natuurlijk niet weg dat dit wel moet worden beoordeeld. Dat was in dit geval naar aanleiding van de eerste tussenuitspraak gebeurd. De burgemeester heeft het besluit van een nieuwe motivering voorzien en daarbij de omstandigheden zoals aangevoerd door de voormalige bewoner betrokken. Hier gaat het echter mis voor de burgemeester. Onderdeel van de toets of een besluit evident onredelijk is, is namelijk de vraag of het oorspronkelijke besluit onmiskenbaar onjuist is. Dat had de burgemeester niet beoordeeld, en die opdracht krijgt de burgemeester in deze uitspraak alsnog.

Tot slot: les voor de praktijk

Deze uitspraak maakt duidelijk dat de evident-onredelijkheidstoets meerdere componenten kent. Het is niet voldoende om uitsluitend de aangedragen omstandigheden te betrekken, ook moet worden beoordeeld of het oorspronkelijke besluit onmiskenbaar onjuist was.

Bestuursrecht in beeld is onze maandelijkse blogreeks waarin wij actuele thema's, kernleerstukken en relevante ontwikkelingen uit het algemene bestuursrecht en de Algemene wet bestuursrecht (Awb) analyseren en duiden. In een rechtsgebied dat continu in beweging is, is actuele duiding essentieel voor zorgvuldige besluitvorming en effectieve rechtsbescherming. Vanuit onze jarenlange ervaring met complexe bestuursrechtelijke vraagstukken delen wij inzichten die direct aansluiten bij de uitdagingen waar overheden, bedrijven en instellingen dagelijks voor staan. Met deze reeks bieden wij niet alleen juridische verdieping, maar ook concrete handvatten. Iedere maand lichten wij een specifiek onderwerp uit en plaatsen dit in een breder juridisch en maatschappelijk kader – helder, scherp en toepasbaar in de praktijk.

Heeft u vragen over de behandeling van een herzieningsverzoek of herhaalde aanvraag? Neem gerust contact op met een van onze specialisten.

Op 17 juni 2026 deed de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State een tweede tussenuitspraak in een geschil over de weigering van de burgemeester van Roermond om een woningsluiting op grond van de Opiumwet te herzien. Het besluit tot woningsluiting van 12 september 2019 is onherroepelijk, omdat daartegen geen bezwaar was gemaakt. Op 4 juni 2021 heeft de (voormalige) bewoner een verzoek om herziening van dat besluit ingediend bij de burgemeester. De uitspraak van de Afdeling bevat belangrijke lessen over de behandeling van zo’n herzieningsverzoek. Samengevat ziet het kader er als volgt uit.

Stap 1: oorspronkelijke besluit in volle omvang heroverwegen of – overeenkomstige – toepassing geven aan artikel 4:6 Awb?

Als om herziening van een besluit wordt verzocht, heeft het bestuursorgaan de bevoegdheid om dat inhoudelijk te behandelen en daarbij het oorspronkelijke besluit in volle omvang te heroverwegen. Dat had in dit geval betekend dat de burgemeester opnieuw zou beoordelen of de woning in september 2019 terecht gesloten is.

Een bestuursorgaan kan echter ook een andere aanpak kiezen, en dat is overeenkomstige toepassing geven aan artikel 4:6 Awb. Die bepaling ziet op herhaalde aanvragen en is dus strikt genomen niet van toepassing bij een herzieningsverzoek, maar kan wel overeenkomstig worden toegepast. Dat is vaste jurisprudentie van de Afdeling (zie bijvoorbeeld ABRvS 26 april 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1219). Een bestuursorgaan beoordeelt dan of er nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden zijn. Nieuw gebleken feiten zijn feiten die na het eerdere besluit zijn voorgevallen, of feiten die weliswaar vóór dat besluit speelden maar destijds niet konden worden aangevoerd. Nieuw gebleken feiten zijn ook bewijsstukken van al eerder gestelde feiten of omstandigheden, als deze niet vóór het nemen van het eerdere besluit konden worden overgelegd. Zijn er geen nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden, dan kan het herzieningsverzoek worden afgewezen.

Stap 2: afwijzing herzieningsverzoek evident onredelijk?

Kiest het bestuursorgaan voor overeenkomstige toepassing van artikel 4:6 Awb, dan moet echter ook nog worden beoordeeld of het besluit om het herzieningsverzoek af te wijzen niet evident onredelijk is. De lat hiervoor ligt hoog: alleen in uitzonderlijke gevallen zal de afwijzing evident onredelijk zijn. Dat neemt natuurlijk niet weg dat dit wel moet worden beoordeeld. Dat was in dit geval naar aanleiding van de eerste tussenuitspraak gebeurd. De burgemeester heeft het besluit van een nieuwe motivering voorzien en daarbij de omstandigheden zoals aangevoerd door de voormalige bewoner betrokken. Hier gaat het echter mis voor de burgemeester. Onderdeel van de toets of een besluit evident onredelijk is, is namelijk de vraag of het oorspronkelijke besluit onmiskenbaar onjuist is. Dat had de burgemeester niet beoordeeld, en die opdracht krijgt de burgemeester in deze uitspraak alsnog.

Tot slot: les voor de praktijk

Deze uitspraak maakt duidelijk dat de evident-onredelijkheidstoets meerdere componenten kent. Het is niet voldoende om uitsluitend de aangedragen omstandigheden te betrekken, ook moet worden beoordeeld of het oorspronkelijke besluit onmiskenbaar onjuist was.

Bestuursrecht in beeld is onze maandelijkse blogreeks waarin wij actuele thema's, kernleerstukken en relevante ontwikkelingen uit het algemene bestuursrecht en de Algemene wet bestuursrecht (Awb) analyseren en duiden. In een rechtsgebied dat continu in beweging is, is actuele duiding essentieel voor zorgvuldige besluitvorming en effectieve rechtsbescherming. Vanuit onze jarenlange ervaring met complexe bestuursrechtelijke vraagstukken delen wij inzichten die direct aansluiten bij de uitdagingen waar overheden, bedrijven en instellingen dagelijks voor staan. Met deze reeks bieden wij niet alleen juridische verdieping, maar ook concrete handvatten. Iedere maand lichten wij een specifiek onderwerp uit en plaatsen dit in een breder juridisch en maatschappelijk kader – helder, scherp en toepasbaar in de praktijk.

Heeft u vragen over de behandeling van een herzieningsverzoek of herhaalde aanvraag? Neem gerust contact op met een van onze specialisten.