Bestuursrecht in beeld: het vertrouwensbeginsel en schadevergoeding in het bestuursrecht (nieuwe conclusie van A-G Snijders

 11 augustus 2026 | Blog | NL Law

Wat betekent schending van het vertrouwensbeginsel voor de aansprakelijkheid van uw gemeente? Op 21 augustus 2024 concludeerde staatsraad advocaat-generaal Snijders dat iemand die gerechtvaardigd op een toezegging van een bestuursorgaan heeft vertrouwd recht heeft op volledige vergoeding van dispositieschade als dat bestuursorgaan dat vertrouwen niet honoreert. Dit abstracte antwoord heeft Snijders inmiddels geconcretiseerd in zijn conclusie van 29 juli 2026.

Voor het eerst laat een conclusie zien hoe schadevergoeding wegens schending van het vertrouwensbeginsel in de praktijk moet worden berekend. Aanleiding is een dwangsom die het college van burgemeester en wethouders van Den Haag had opgelegd aan Keizerrijk B.V., die woningen en bijbehorende parkeerplaatsen had gerealiseerd op andermans perceel, in strijd met het bestemmingsplan.

Hoe zit het ook al weer met het vertrouwensbeginsel?

Sinds de Amsterdamse dakopbouw-uitspraak van 2019 wordt een beroep op het vertrouwensbeginsel in drie stappen beoordeeld:

  • Stap 1: is er een toezegging of gedraging waaruit een gerechtvaardigde verwachting kon worden afgeleid?
  • Stap 2: is die toezegging toerekenbaar aan het bevoegde bestuursorgaan?
  • Stap 3: valt dat vertrouwen te honoreren, of wegen andere belangen zwaarder? Als andere belangen zwaarder wegen en het vertrouwen dus niet wordt gehonoreerd, komt een verplichting tot schadevergoeding in beeld.

In deze Haagse zaak was aan stap 1 en 2 voldaan: de Afdeling oordeelde in haar tussenuitspraak van 18 december 2024 dat het college welbewust, ondanks strijd met het bestemmingsplan, de omgevingsvergunning voor de woningen had verleend en dat Keizerrijk B.V. er daardoor op mocht vertrouwen dat het binnenterrein als parkeerterrein mocht worden gebruikt zonder dat het college daartegen handhavend zou optreden.

Bij toetsing aan de derde stap oordeelde de Afdeling dat de betrokken belangen niet zijn afgewogen. Het college heeft dus niet gemotiveerd of en zo ja welke andere belangen zwaarder wegen dan de bij Keizerrijk B.V. gewekte verwachtingen ten aanzien van het gebruik van het binnenterrein voor het parkeren ten behoeve van de woningen. Het besluit is dan niet deugdelijk gemotiveerd.

Vertrouwen wordt niet gehonoreerd? Dan vergoeding van dispositieschade

Als een toezegging niet kan worden nagekomen, komt schadevergoeding in beeld. Bij stap 3 wordt daarbij alleen de zogenoemde dispositieschade vergoed. Dit is de schade die ontstaat doordat de belanghebbende op de toezegging heeft vertrouwd, terwijl dat vertrouwen uiteindelijk niet wordt gehonoreerd (bijvoorbeeld: kosten die zijn gemaakt in de veronderstelling dat het project door kon gaan). Wat niet wordt vergoed, is het positieve belang (bijvoorbeeld: de winst of het voordeel dat de belanghebbende zou hebben gehad als de toezegging wel was nagekomen).

Over de vergoeding van dispositieschade gaat de conclusie van 29 juli jl. Snijders werkt dit uit aan de hand van drie projecten van Keizerrijk: het perceel Vijzelstraat 75, het project Badhuisstraat en het project Marcelisstraat 73 (de woningen waarvoor de parkeerplaatsen nodig waren). Per project beoordeelde Snijders welke schade voor vergoeding in aanmerking komt:

Vijzelstraat 75:

  • De kosten die Keizerrijk maakte voor de aanleg van de parkeerplaatsen op dit perceel (mogelijk ruim € 50.000) komen in beginsel voor vergoeding in aanmerking, al ontbreekt nog voldoende onderbouwing. Ook eventuele toekomstige kosten voor het verwijderen van de parkeerplaatsen kunnen meetellen.
  • De aankoopprijs van het perceel zelf is geen schade. Alleen een waardevermindering kan als dispositieschade gelden, en dan alleen als Keizerrijk het perceel juist met het oog op de parkeeroplossing heeft verworven.
  • De boete van € 24.200,- die Keizerrijk had moeten betalen om de koop van het perceel te annuleren, moet in mindering worden gebracht op de dispositieschade, omdat Keizerrijk die uitgave zich heeft bespaard.

Badhuisstraat:

  • Voor dit project wees Snijders een schadevergoeding af: niet was gebleken dat Keizerrijk daadwerkelijk had gedisponeerd op het vertrouwen dat op het perceel Vijzelstraat 75 geparkeerd kon worden.

Marcelisstraat 73:

  • Keizerrijk trof geen verwijt dat zij dit woningproject afmaakte ondanks de onzekerheid over de parkeeroplossing, mede omdat die onzekerheid voortvloeide uit het late en gebrekkige optreden van het college.
  • Voor de omvang van de schade vergeleek Snijders de feitelijke uitkomst van dit project met de meest waarschijnlijke alternatieve ontwikkeling (parkeerplaatsen op eigen terrein). Het verschil bedraagt ruim € 190.000,- volgens het schaderapport, al is bijstelling op onderdelen nodig.

Tot slot concludeert Snijders dat het definitieve schadebedrag nog niet vaststaat. Volgens Snijders is dat vooral te wijten aan het college, omdat die het vereiste onderzoek naar de schade heeft nagelaten (artikel 3:2 Algemene wet bestuursrecht).

Tot slot: lessen voor de praktijk

Het bestuursorgaan moet de belangenafweging van stap 3 zorgvuldig motiveren en mag zich daarbij niet beperken tot verwijzing naar een mogelijk afzonderlijk schadevergoedingsverzoek. De schadebeperkingsplicht moet worden beoordeeld aan de hand van wat destijds redelijk was, niet achteraf bezien.

De grote kamer van de Afdeling moet nu nog uitspraak doen. Wij houden die uitspraak nauwlettend in de gaten.

Bestuursrecht in beeld is onze maandelijkse blogreeks waarin wij actuele thema's, kernleerstukken en relevante ontwikkelingen uit het algemene bestuursrecht en de Algemene wet bestuursrecht (Awb) analyseren en duiden. In een rechtsgebied dat continu in beweging is, is actuele duiding essentieel voor zorgvuldige besluitvorming en effectieve rechtsbescherming. Vanuit onze jarenlange ervaring met complexe bestuursrechtelijke vraagstukken delen wij inzichten die direct aansluiten bij de uitdagingen waar overheden, bedrijven en instellingen dagelijks voor staan. Met deze reeks bieden wij niet alleen juridische verdieping, maar ook concrete handvatten. Iedere maand lichten wij een specifiek onderwerp uit en plaatsen dit in een breder juridisch en maatschappelijk kader – helder, scherp en toepasbaar in de praktijk.

Heeft uw gemeente of organisatie te maken met een beroep op het vertrouwensbeginsel of een verzoek om schadevergoeding? Neem gerust contact op met een van onze specialisten bestuursrecht.

Wat betekent schending van het vertrouwensbeginsel voor de aansprakelijkheid van uw gemeente? Op 21 augustus 2024 concludeerde staatsraad advocaat-generaal Snijders dat iemand die gerechtvaardigd op een toezegging van een bestuursorgaan heeft vertrouwd recht heeft op volledige vergoeding van dispositieschade als dat bestuursorgaan dat vertrouwen niet honoreert. Dit abstracte antwoord heeft Snijders inmiddels geconcretiseerd in zijn conclusie van 29 juli 2026.

Voor het eerst laat een conclusie zien hoe schadevergoeding wegens schending van het vertrouwensbeginsel in de praktijk moet worden berekend. Aanleiding is een dwangsom die het college van burgemeester en wethouders van Den Haag had opgelegd aan Keizerrijk B.V., die woningen en bijbehorende parkeerplaatsen had gerealiseerd op andermans perceel, in strijd met het bestemmingsplan.

Hoe zit het ook al weer met het vertrouwensbeginsel?

Sinds de Amsterdamse dakopbouw-uitspraak van 2019 wordt een beroep op het vertrouwensbeginsel in drie stappen beoordeeld:

  • Stap 1: is er een toezegging of gedraging waaruit een gerechtvaardigde verwachting kon worden afgeleid?
  • Stap 2: is die toezegging toerekenbaar aan het bevoegde bestuursorgaan?
  • Stap 3: valt dat vertrouwen te honoreren, of wegen andere belangen zwaarder? Als andere belangen zwaarder wegen en het vertrouwen dus niet wordt gehonoreerd, komt een verplichting tot schadevergoeding in beeld.

In deze Haagse zaak was aan stap 1 en 2 voldaan: de Afdeling oordeelde in haar tussenuitspraak van 18 december 2024 dat het college welbewust, ondanks strijd met het bestemmingsplan, de omgevingsvergunning voor de woningen had verleend en dat Keizerrijk B.V. er daardoor op mocht vertrouwen dat het binnenterrein als parkeerterrein mocht worden gebruikt zonder dat het college daartegen handhavend zou optreden.

Bij toetsing aan de derde stap oordeelde de Afdeling dat de betrokken belangen niet zijn afgewogen. Het college heeft dus niet gemotiveerd of en zo ja welke andere belangen zwaarder wegen dan de bij Keizerrijk B.V. gewekte verwachtingen ten aanzien van het gebruik van het binnenterrein voor het parkeren ten behoeve van de woningen. Het besluit is dan niet deugdelijk gemotiveerd.

Vertrouwen wordt niet gehonoreerd? Dan vergoeding van dispositieschade

Als een toezegging niet kan worden nagekomen, komt schadevergoeding in beeld. Bij stap 3 wordt daarbij alleen de zogenoemde dispositieschade vergoed. Dit is de schade die ontstaat doordat de belanghebbende op de toezegging heeft vertrouwd, terwijl dat vertrouwen uiteindelijk niet wordt gehonoreerd (bijvoorbeeld: kosten die zijn gemaakt in de veronderstelling dat het project door kon gaan). Wat niet wordt vergoed, is het positieve belang (bijvoorbeeld: de winst of het voordeel dat de belanghebbende zou hebben gehad als de toezegging wel was nagekomen).

Over de vergoeding van dispositieschade gaat de conclusie van 29 juli jl. Snijders werkt dit uit aan de hand van drie projecten van Keizerrijk: het perceel Vijzelstraat 75, het project Badhuisstraat en het project Marcelisstraat 73 (de woningen waarvoor de parkeerplaatsen nodig waren). Per project beoordeelde Snijders welke schade voor vergoeding in aanmerking komt:

Vijzelstraat 75:

  • De kosten die Keizerrijk maakte voor de aanleg van de parkeerplaatsen op dit perceel (mogelijk ruim € 50.000) komen in beginsel voor vergoeding in aanmerking, al ontbreekt nog voldoende onderbouwing. Ook eventuele toekomstige kosten voor het verwijderen van de parkeerplaatsen kunnen meetellen.
  • De aankoopprijs van het perceel zelf is geen schade. Alleen een waardevermindering kan als dispositieschade gelden, en dan alleen als Keizerrijk het perceel juist met het oog op de parkeeroplossing heeft verworven.
  • De boete van € 24.200,- die Keizerrijk had moeten betalen om de koop van het perceel te annuleren, moet in mindering worden gebracht op de dispositieschade, omdat Keizerrijk die uitgave zich heeft bespaard.

Badhuisstraat:

  • Voor dit project wees Snijders een schadevergoeding af: niet was gebleken dat Keizerrijk daadwerkelijk had gedisponeerd op het vertrouwen dat op het perceel Vijzelstraat 75 geparkeerd kon worden.

Marcelisstraat 73:

  • Keizerrijk trof geen verwijt dat zij dit woningproject afmaakte ondanks de onzekerheid over de parkeeroplossing, mede omdat die onzekerheid voortvloeide uit het late en gebrekkige optreden van het college.
  • Voor de omvang van de schade vergeleek Snijders de feitelijke uitkomst van dit project met de meest waarschijnlijke alternatieve ontwikkeling (parkeerplaatsen op eigen terrein). Het verschil bedraagt ruim € 190.000,- volgens het schaderapport, al is bijstelling op onderdelen nodig.

Tot slot concludeert Snijders dat het definitieve schadebedrag nog niet vaststaat. Volgens Snijders is dat vooral te wijten aan het college, omdat die het vereiste onderzoek naar de schade heeft nagelaten (artikel 3:2 Algemene wet bestuursrecht).

Tot slot: lessen voor de praktijk

Het bestuursorgaan moet de belangenafweging van stap 3 zorgvuldig motiveren en mag zich daarbij niet beperken tot verwijzing naar een mogelijk afzonderlijk schadevergoedingsverzoek. De schadebeperkingsplicht moet worden beoordeeld aan de hand van wat destijds redelijk was, niet achteraf bezien.

De grote kamer van de Afdeling moet nu nog uitspraak doen. Wij houden die uitspraak nauwlettend in de gaten.

Bestuursrecht in beeld is onze maandelijkse blogreeks waarin wij actuele thema's, kernleerstukken en relevante ontwikkelingen uit het algemene bestuursrecht en de Algemene wet bestuursrecht (Awb) analyseren en duiden. In een rechtsgebied dat continu in beweging is, is actuele duiding essentieel voor zorgvuldige besluitvorming en effectieve rechtsbescherming. Vanuit onze jarenlange ervaring met complexe bestuursrechtelijke vraagstukken delen wij inzichten die direct aansluiten bij de uitdagingen waar overheden, bedrijven en instellingen dagelijks voor staan. Met deze reeks bieden wij niet alleen juridische verdieping, maar ook concrete handvatten. Iedere maand lichten wij een specifiek onderwerp uit en plaatsen dit in een breder juridisch en maatschappelijk kader – helder, scherp en toepasbaar in de praktijk.

Heeft uw gemeente of organisatie te maken met een beroep op het vertrouwensbeginsel of een verzoek om schadevergoeding? Neem gerust contact op met een van onze specialisten bestuursrecht.