HvJ EU beperkt heffing van overdrachtsbelasting bij herstructureringen met vastgoedvennootschappen

 12 juni 2026 | Publicatie | NL Law

Het Hof van Justitie (HvJ EU) heeft op 4 juni 2026 in de casus Nova Ibermoldes (C-837/24) geoordeeld dat Portugal geen belasting mag heffen bij een herstructurering waarbij een kapitaalvennootschap wordt opgericht en de aandelen worden volgestort door inbreng van deelnemingen in vennootschappen waarvan de bezittingen grotendeels bestaan uit vastgoed (vastgoedvennootschap). Deze uitspraak kan gevolgen hebben voor de Nederlandse praktijk en mogelijk de heffing van overdrachtsbelasting bij herstructureringen met vastgoedvennootschappen voorkomen.

Casus en het oordeel HvJ van de Europese Unie
Nova Ibermoldes is een in het kader van een herstructurering opgerichte kapitaalvennootschap. Het kapitaal van de vennootschap werd door de aandeelhouder volgestort door de inbreng van aandelen in vennootschappen. Een van deze vennootschappen was een vastgoedvennootschap, wiens bezittingen bestonden uit onroerende zaken. Portugal heeft belasting, de ‘IMT’, geheven op de inbreng van de aandelen in deze vastgoedvennootschap. Deze IMT is vergelijkbaar met de overdrachtsbelasting zoals wij in Nederland kennen.

In geschil was of het heffen van IMT door Portugal in strijd was met de Kapitaalrichtlijn (richtlijn 2008/7).

De Kapitaalrichtlijn heeft als doel om te voorkomen dat er fiscale belemmeringen zijn op het bijeenbrengen van kapitaal binnen de EU. In deze richtlijn wordt daarom een verbod op het heffen van indirecte belastingen op het storten van aandelen of bij herstructureringen van kapitaalvennootschappen geregeld. De Kapitaalrichtlijn kent een beperkt aantal uitzonderingen op dit verbod. Deze zien op (i) btw, (ii) belasting op de verkrijging van effecten en (iii) belasting op de overdracht van onroerende zaken als zodanig (dat wil zeggen: een belasting die rechtstreeks drukt op de onroerende zaak zelf, en niet op de aandelen in een vennootschap die die onroerende zaken houdt). Deze uitzonderingen moeten, naar vaste rechtspraak van het HvJ EU, strikt worden uitgelegd.

Het HvJ EU oordeelde inzake Nova Ibermoldes dat Portugal geen IMT mag heffen op de inbreng van aandelen in een vastgoedvennootschap bij een herstructurering. Het heffen van IMT in dit geval is in strijd met de Kapitaalrichtlijn. De uitzondering die is opgenomen in de Kapitaalrichtlijn ten aanzien van de inbreng van onroerende zaken is in dit geval niet van toepassing.

Gevolgen voor de Nederlandse praktijk
Nederland heft overdrachtsbelasting over de verkrijging van een kwalificerend belang in een onroerende zaakrechts-persoon (OZR) op grond van artikel 4 van de Wet op belastingen van rechtsverkeer (WBR). Als bij een herstructurering een kwalificerend belang in een OZR wordt verkregen, is in beginsel overdrachtsbelasting verschuldigd. Nederland biedt echter de mogelijkheid om een aantal vrijstellingen toe te passen, zoals de interne reorganisatievrijstelling van artikel 5b WBR en de vrijstellingen van artikel 15 WBR. Deze vrijstellingen zijn gebonden aan strikte voorwaarden en sluiten heffing in veel gevallen niet geheel uit.

Het arrest Nova Ibermoldes kan van belang zijn voor situaties waarbij bij een herstructurering aandelen in een OZR werden verkregen en waarbij overdrachtsbelasting is geheven. In dergelijke gevallen kan worden betoogd dat de heffing van overdrachtsbelasting in strijd is met de Kapitaalrichtlijn. Hierbij is van belang dat tijdig bezwaar of een verzoek om ambtshalve teruggaaf wordt ingediend, gelet op de geldende bezwaar- en verjaringstermijnen. Heeft u recent bij een herstructurering aandelen in een OZR verkregen waarbij overdrachtsbelasting verschuldigd was, dan helpen wij u graag om te beoordelen of dit in strijd is met de Kapitaalrichtlijn. Daarnaast is het arrest relevant voor toekomstige transacties, waarbij de positie van de belastingdienst op basis van dit arrest kan worden uitgedaagd.

Heeft u vragen of wilt u overleggen over de invloed van dit arrest op uw organisatie, neem dan contact op met een van onze specialisten.

Het Hof van Justitie (HvJ EU) heeft op 4 juni 2026 in de casus Nova Ibermoldes (C-837/24) geoordeeld dat Portugal geen belasting mag heffen bij een herstructurering waarbij een kapitaalvennootschap wordt opgericht en de aandelen worden volgestort door inbreng van deelnemingen in vennootschappen waarvan de bezittingen grotendeels bestaan uit vastgoed (vastgoedvennootschap). Deze uitspraak kan gevolgen hebben voor de Nederlandse praktijk en mogelijk de heffing van overdrachtsbelasting bij herstructureringen met vastgoedvennootschappen voorkomen.

Casus en het oordeel HvJ van de Europese Unie
Nova Ibermoldes is een in het kader van een herstructurering opgerichte kapitaalvennootschap. Het kapitaal van de vennootschap werd door de aandeelhouder volgestort door de inbreng van aandelen in vennootschappen. Een van deze vennootschappen was een vastgoedvennootschap, wiens bezittingen bestonden uit onroerende zaken. Portugal heeft belasting, de ‘IMT’, geheven op de inbreng van de aandelen in deze vastgoedvennootschap. Deze IMT is vergelijkbaar met de overdrachtsbelasting zoals wij in Nederland kennen.

In geschil was of het heffen van IMT door Portugal in strijd was met de Kapitaalrichtlijn (richtlijn 2008/7).

De Kapitaalrichtlijn heeft als doel om te voorkomen dat er fiscale belemmeringen zijn op het bijeenbrengen van kapitaal binnen de EU. In deze richtlijn wordt daarom een verbod op het heffen van indirecte belastingen op het storten van aandelen of bij herstructureringen van kapitaalvennootschappen geregeld. De Kapitaalrichtlijn kent een beperkt aantal uitzonderingen op dit verbod. Deze zien op (i) btw, (ii) belasting op de verkrijging van effecten en (iii) belasting op de overdracht van onroerende zaken als zodanig (dat wil zeggen: een belasting die rechtstreeks drukt op de onroerende zaak zelf, en niet op de aandelen in een vennootschap die die onroerende zaken houdt). Deze uitzonderingen moeten, naar vaste rechtspraak van het HvJ EU, strikt worden uitgelegd.

Het HvJ EU oordeelde inzake Nova Ibermoldes dat Portugal geen IMT mag heffen op de inbreng van aandelen in een vastgoedvennootschap bij een herstructurering. Het heffen van IMT in dit geval is in strijd met de Kapitaalrichtlijn. De uitzondering die is opgenomen in de Kapitaalrichtlijn ten aanzien van de inbreng van onroerende zaken is in dit geval niet van toepassing.

Gevolgen voor de Nederlandse praktijk
Nederland heft overdrachtsbelasting over de verkrijging van een kwalificerend belang in een onroerende zaakrechts-persoon (OZR) op grond van artikel 4 van de Wet op belastingen van rechtsverkeer (WBR). Als bij een herstructurering een kwalificerend belang in een OZR wordt verkregen, is in beginsel overdrachtsbelasting verschuldigd. Nederland biedt echter de mogelijkheid om een aantal vrijstellingen toe te passen, zoals de interne reorganisatievrijstelling van artikel 5b WBR en de vrijstellingen van artikel 15 WBR. Deze vrijstellingen zijn gebonden aan strikte voorwaarden en sluiten heffing in veel gevallen niet geheel uit.

Het arrest Nova Ibermoldes kan van belang zijn voor situaties waarbij bij een herstructurering aandelen in een OZR werden verkregen en waarbij overdrachtsbelasting is geheven. In dergelijke gevallen kan worden betoogd dat de heffing van overdrachtsbelasting in strijd is met de Kapitaalrichtlijn. Hierbij is van belang dat tijdig bezwaar of een verzoek om ambtshalve teruggaaf wordt ingediend, gelet op de geldende bezwaar- en verjaringstermijnen. Heeft u recent bij een herstructurering aandelen in een OZR verkregen waarbij overdrachtsbelasting verschuldigd was, dan helpen wij u graag om te beoordelen of dit in strijd is met de Kapitaalrichtlijn. Daarnaast is het arrest relevant voor toekomstige transacties, waarbij de positie van de belastingdienst op basis van dit arrest kan worden uitgedaagd.

Heeft u vragen of wilt u overleggen over de invloed van dit arrest op uw organisatie, neem dan contact op met een van onze specialisten.