Mededingingsupdate maart 2026: het besluit van de Europese Commissie om haar misbruik-van-machtspositie-onderzoek naar Edwards Lifesciences te beëindigen en meer

 17 maart 2026 | Blog

Er is de afgelopen weken veel gebeurd op het gebied van het mededingingsrecht. In deze editie staan we stil bij het besluit van de Europese Commissie om haar misbruik-van-machtspositie-onderzoek naar Edwards Lifesciences te beëindigen, de kennisgeving aan Meta over mogelijke voorlopige maatregelen, en de nieuwe prejudiciële vragen die het CBb heeft gesteld aan het Hof van Justitie in de Samsung‑zaak. Daarnaast bespreken we recente kartelbesluiten van de Belgische Mededingingsautoriteit en ontwikkelingen in het concentratietoezicht, waaronder de beoordeling door de ACM van de overname van Solvinity.

Misbruik machtspositie
Europese Commissie stuurt punten van bezwaar aan Meta over uitsluiting AI-assistenten van derde partijen in WhatsApp

De Europese Commissie (‘Commissie’) heeft Meta op 9 februari 2026 haar Statement of Objections gestuurd over de uitsluiting van AI-assistenten van derden op WhatsApp. Meta is het moederbedrijf van Facebook, Instagram en WhatsApp. Met een wijziging van de algemene voorwaarden voor WhatsApp van 15 oktober 2025 heeft Meta AI assistenten van derden uitgesloten van WhatsApp, ten gunste van haar eigen AI assistent.

Met de onderhavige Statement of Objections deelt de Commissie haar voorlopige standpunt dat deze uitsluiting in strijd is met het Europese mededingingsrecht. Meer specifiek heeft de Commissie voorlopig geconcludeerd dat Meta een machtspositie inneemt op de markt voor communicatie applicaties voor consumenten en dat zij deze machtspositie misbruikt.
Daarom is de Commissie voornemens tussentijdse maatregelen op te leggen om te voorkomen dat de uitsluiting serieuze en onherstelbare schade aan de markt toebrengt. Vanwege het risico op onherstelbare schade aan de mededinging acht de Commissie het opleggen van voorlopige maatregelen noodzakelijk.

Het onderzoek van de Commissie beslaat de gehele Europese Economische Ruimte, met uitzondering van Italië, waar de nationale mededingingsautoriteit reeds in december 2025 voorlopige maatregelen heeft opgelegd.

Europese Commissie sluit onderzoek naar Edwards Lifesciences na intrekking contentieuze beleid

De Europese Commissie (‘Commissie’) heeft op 16 februari 2026 haar onderzoek naar mogelijk misbruik van een economische machtspositie door Edwards Lifesciences afgesloten. Edwards Lifesciences is een producent van medische apparatuur voor cardiologische toepassingen. In september 2023 heeft de Commissie invallen uitgevoerd bij Edwards Lifesciences in het kader van een onderzoek naar een mogelijke schending van artikel 102 VWEU. Daarbij ging het onder meer om het mogelijk beperken van deelname aan medische onderzoeken of andere onderwijsactiviteiten die door concurrenten werden georganiseerd. Dit maakte deel uit van de Global Unilateral Pro Innovation (Anti Copycatting) Policy (‘UPIP’) van Edwards Lifesciences.

Na onderzoek, en in het licht van de intrekking van de UPIP door Edwards Lifesciences, heeft de Commissie het onderzoek afgesloten zonder een beslissing te nemen over de onderzochte gedragingen.

Kartels

BMA veroordeelt bpost, DPG Media, Mediahuis, en PPP en twee natuurlijke personen voor vervalsing aanbestedingsprocedure krantenconcessie 2023-2027

De Belgische Mededingingsautoriteit (‘BMA’) heeft een boete van in totaal € 11.898.483,- opgelegd aan DPG Media, Mediahuis, en PPP voor vervalsing van een aanbestedingsprocedure voor de krantenconcessie 2023-2027. De ondernemingen kwamen overeen dat het postbedrijf bpost de krantenconcessie toegewezen zou krijgen, en dat PPP zich terug zou trekken uit de aanbestedingsprocedure waardoor bpost de enige overgebleven inschrijver was.

Een dergelijke afspraak in aanbestedingsprocedures wordt ook wel ‘bid rigging’ genoemd, en wordt door mededingingsautoriteiten aangemerkt als een mededingingsbeperking naar strekking. Dit betekent dat de aard van de afspraak van een dusdanig ernstig karakter is dat het maken van de afspraak in principe op zichzelf al aanleiding is voor mededingingsautoriteiten om een inbreuk op het kartelverbod vast te stellen en een boete op te leggen.

Twee van de betrokken (natuurlijke) personen zijn eveneens beboet door de BMA. Aangezien dit de eerste keer is dat de BMA een boete oplegt aan natuurlijke personen heeft de BMA een boetevermindering van 50% toegepast, waardoor de betrokken natuurlijke personen in totaal een boete van € 6.300,- opgelegd hebben gekregen.

De onderneming bpost is volledig vrijgesteld van een boete omdat zij de BMA op de hoogte heeft gebracht van de verboden afspraak.

ACM start onderzoek naar anti-ronselbedingen ten aanzien van personeel IT-bedrijf

De Autoriteit Consument & Markt is een onderzoek gestart naar een IT-bedrijf waarvan zij vermoedt dat het afspraken heeft gemaakt met andere ondernemingen om elkaars medewerkers niet actief te benaderen of in dienst te nemen. Dergelijke afspraken worden ook wel anti-ronselbedingen genoemd. In het persbericht benadrukt de ACM dat dergelijke afspraken de mobiliteit van werknemers beperken waardoor zij minder makkelijk van baan kunnen wisselen, wat uiteindelijk kan leiden tot lagere lonen of minder goede arbeidsvoorwaarden.

De ACM zal de komende tijd onderzoeken of het bedrijf in kwestie inderdaad de mededingingsregels heeft overtreden. De ACM kan mogelijk een boete opleggen aan het bedrijf indien zij tot de conclusie komt dat de mededingingsregels zijn overtreden.

CBb vraagt het Hof van Justitie om verduidelijking over verticale prijsbinding in Samsung-zaak ACM

Het College van beroep voor het bedrijfsleven (‘CBb’), de hoogste bestuursrechter in mededingingszaken in Nederland, heeft het Hof van Justitie van de Europese Unie (‘Hof’) prejudiciële vragen gesteld over de reikwijdte van het begrip strekkingsbeperking bij verticale prijsbinding. Deze vragen zijn gesteld in de context van een gerechtelijke procedure die aanhangig is gemaakt door Samsung Benelux (‘Samsung’) tegen de Autoriteit Consument & Markt (‘ACM’).

De ACM heeft een boete opgelegd aan Samsung wegens verboden verticale prijsbinding in de periode 2013-2018. Volgens de ACM heeft Samsung getracht distributeurs van hun producten te dwingen om de adviesprijzen van Samsung strikt op te volgen waardoor distributeurs beperkt werden in de mogelijkheden om een eigen prijsbeleid te hanteren.

Verticale prijsbinding wordt in de regel gezien als een strekkingsbeperking naar Europees en Nederlands mededingingsrecht, waardoor vaststelling van deelname aan dergelijke afspraken in de regel voldoende is om aan te tonen dat de mededingingsregels zijn overtreden. Samsung voert echter aan dat hooguit sprake was van ‘vrijwillige verticale prijsafstemming’ en dat niet is aangetoond dat dergelijke afstemming dusdanig schadelijk is voor de concurrentie tussen distributeurs van Samsung-producten (ook wel: intrabrand-concurrentie) dat dit ook schadelijke gevolgen heeft voor de concurrentie tussen concurrenten van Samsung (ook wel: interbrand-concurrentie).

Deze argumentatie is vergelijkbaar met de argumentatie die in de Verenigde Staten in de zaak Leegin er uiteindelijk toe heeft geleid dat volgens de Amerikaanse rechtspraak de constatering dat sprake is van verticale prijsbinding niet noodzakelijkerwijs voldoende is om aan te tonen dat sprake is van een beperking van de mededinging.

Het CBb heeft nu besloten om in de Europese context het Hof de vraag voor te leggen of bij verticale prijsbinding naast de effecten op intrabrand-concurrentie ook de effecten van verticale prijsbinding op interbrand-concurrentie verplicht moeten worden meegenomen.

Hoge Raad wijst arrest in zaak over parallelle distributie van geneesmiddelen

De Hoge Raad heeft op 13 februari 2026 arrest gewezen in een zaak tussen Eureco Pharma B.V. en Zilveren Kruis Zorgverzekeringen N.V. Zilveren Kruis is een zorgverzekeraar in de zin van de Zorgverzekeringswet; Eureco Pharma is een groothandel in farmaceutische producten. Het geschil ziet op de inkoop van Imbruvica, een geneesmiddel voor de behandeling van bepaalde vormen van kanker.

De producent van Imbruvica, Janssen Cilag, betaalt zorgverzekeraars op nacalculatie een bedrag per door hen vergoed Janssen-Cilag-product. Dit bedrag stijgt naarmate het volume toeneemt. Zilveren Kruis heeft in 2020 en 2021 bij de vergoeding van declaraties een afslag toegepast op de maximuminkoopprijs voor Imbruvica die niet rechtstreeks bij Janssen Cilag was ingekocht; Imbruvica die wél bij Janssen Cilag was afgenomen, werd volledig vergoed. Hierdoor schaften academische ziekenhuizen het middel niet langer aan via groothandel Eureco Pharma. Sinds het tweede kwartaal van 2020 is Janssen Cilag daardoor de enige aanbieder van Imbruvica in Nederland.

Eureco Pharma vordert onder meer een verklaring voor recht dat dit afslagenbeleid in strijd is met het kartelverbod en daarmee onrechtmatig is. Deze vorderingen zijn in eerste aanleg en in hoger beroep afgewezen, waarna Eureco Pharma cassatieberoep heeft ingesteld. Zij stelt dat het afslagenbeleid een voorzienbaar en rechtstreeks gevolg is van afspraken tussen Zilveren Kruis en Janssen Cilag, en dat ziekenhuizen hierdoor uitsluitend bij Janssen Cilag zijn gaan inkopen, met uitsluiting van paralleldistributeurs zoals Eureco Pharma.

Het Gerechtshof oordeelde dat een kortingsafspraak als deze op zichzelf geen mededingingsbeperking vormt in de zin van artikel 101 lid 1 VWEU en/of artikel 6 Mededingingswet. De Hoge Raad bevestigt dat dit oordeel geen blijk geeft van een onjuiste rechtsopvatting en, mede gelet op het partijdebat, voldoende gemotiveerd is.

Verder heeft Eureco Pharma betoogd dat het afslagenbeleid neerkomt op een overeenkomst of onderling afgestemde gedraging tussen Zilveren Kruis en de ziekenhuizen, omdat zij zich — al dan niet onder protest — naar dit beleid hebben geschikt. De Hoge Raad verwerpt dit standpunt. Het gaat om een eenzijdige beslissing van Zilveren Kruis. Dat ziekenhuizen Imbruvica enkel bij Janssen Cilag afnemen, volgt volgens het Gerechtshof uit bedrijfseconomische redenen, mede omdat alleen bij Janssen Cilag ingekochte Imbruvica volledig werd vergoed. Dit oordeel laat de Hoge Raad in stand.

De slotsom is dat het cassatieberoep van Eureco Pharma wordt verworpen.

Concentratietoezicht

ACM keurt overname Solvinity door Kyndryl goed maar wijst op belang digitale autonomie

De Autoriteit Consument & Markt (‘ACM’) heeft de overname van Solvinity door Kyndryl goedgekeurd en heeft daarbij toegelicht dat zij geen concurrentieproblemen ziet als gevolg van de voorgenomen overname. In de toelichting op de goedkeuring geeft de ACM aan dat zij zich als mededingingsautoriteit richt op risico’s voor de concurrentie, maar dat zij het belang van het vergroten van digitale autonomie voor Nederland en van de Nederlandse Digitaliseringsstrategie onderschrijft.

Zowel Solvinity als Kyndryl leveren IT-diensten aan bedrijven en overheden, met inbegrip van het beheer en onderhoud van kritieke IT-systemen. Solvinity beheert de infrastructuur waarop DigiD draait. De ACM merkt op dat afnemers na de overname voldoende keuze houden uit andere Nederlandse en Europese aanbieders die soortgelijke diensten aanbieden.

De ACM wijst op de zorgen die in de media zijn ontstaan door de Amerikaanse herkomst van het moederbedrijf van Kyndryl, wiens Nederlands dochterbedrijf Solvinity overneemt. De vrees is geuit dat de Amerikaanse overheid na de overname via wetgeving toegang kan afdwingen tot gegevens die Solvinity verkrijgt in de uitvoering van haar werkzaamheden.

Het Bureau Toetsing Investeringen (BTI) – een onderdeel van de Nederlandse overheid dat toetsing van gevoelige investeringen uitvoert – zal de overname nog beoordelen op risico’s voor de nationale veiligheid.

Europese Commissie keurt UMG’s overname van Downtown onder voorwaarden goed

De Europese Commissie (“Commissie”) heeft de overname van Downtown Music (“Downtown”) door Universal Music Group (“UMG”) onder voorwaarden goedgekeurd. De Commissie beoordeelde de concentratie na een verwijzingsverzoek van de ACM, waarbij de Oostenrijkse mededingingsautoriteit zich ook had aansloten. Het in Nederland gevestigde UMG is wereldwijd actief in muziekopnames, muziekuitgeverij, merchandising en audiovisuele content, en verleent daarnaast artiesten en labeldiensten. Downtown biedt eveneens artiesten en labeldiensten aan en levert daarnaast royalty boekhouding via het Curve platform. De Commissie kwam tot de conclusie dat de transactie ervoor zou zorgen dat UMG via het Curve-platform toegang zou krijgen tot commercieel gevoelige gegevens van concurrerende platenlabels. Daarmee zou UMG inzicht krijgen in de winstgevendheid van artiesten van concurrerende labels en in markttrends, waardoor de mededinging op de markt voor muziekopnames zou worden belemmerd.

De Commissie keurt de overname goed onder de voorwaarde dat Downtown het Curve-platform volledig afstoot. Met deze aanpassing zijn er geen mededingingsbezwaren tegen de transactie. De bedrijven hebben immers op de markten waar hun activiteiten overlappen slechts een bescheiden marktaandeel.

Europese Commissie keurt overname van Wiz door Google goed

De overname van Wiz door Google is goedgekeurd door de Europese Commissie (“Commissie”). De aangemelde transactie heeft betrekking op de snelgroeiende cloudbeveiligingssector, waarin beide bedrijven actief zijn. Aangezien er meerdere gelijkwaardige concurrenten zijn waar klanten naar kunnen overstappen en Google geen toegang zou krijgen tot commercieel gevoelige gegevens, heeft de Commissie vastgesteld dat de transactie geen mededingingsbezwaren zou opleveren. De Commissie heeft de transactie daarom zonder voorwaarden goedgekeurd.

Contact

Heeft u vragen over een van de besproken onderwerpen of wilt u weten wat de ontwikkelingen betekenen voor uw organisatie? Neem dan gerust contact op met ons team

Er is de afgelopen weken veel gebeurd op het gebied van het mededingingsrecht. In deze editie staan we stil bij het besluit van de Europese Commissie om haar misbruik-van-machtspositie-onderzoek naar Edwards Lifesciences te beëindigen, de kennisgeving aan Meta over mogelijke voorlopige maatregelen, en de nieuwe prejudiciële vragen die het CBb heeft gesteld aan het Hof van Justitie in de Samsung‑zaak. Daarnaast bespreken we recente kartelbesluiten van de Belgische Mededingingsautoriteit en ontwikkelingen in het concentratietoezicht, waaronder de beoordeling door de ACM van de overname van Solvinity.

Misbruik machtspositie
Europese Commissie stuurt punten van bezwaar aan Meta over uitsluiting AI-assistenten van derde partijen in WhatsApp

De Europese Commissie (‘Commissie’) heeft Meta op 9 februari 2026 haar Statement of Objections gestuurd over de uitsluiting van AI-assistenten van derden op WhatsApp. Meta is het moederbedrijf van Facebook, Instagram en WhatsApp. Met een wijziging van de algemene voorwaarden voor WhatsApp van 15 oktober 2025 heeft Meta AI assistenten van derden uitgesloten van WhatsApp, ten gunste van haar eigen AI assistent.

Met de onderhavige Statement of Objections deelt de Commissie haar voorlopige standpunt dat deze uitsluiting in strijd is met het Europese mededingingsrecht. Meer specifiek heeft de Commissie voorlopig geconcludeerd dat Meta een machtspositie inneemt op de markt voor communicatie applicaties voor consumenten en dat zij deze machtspositie misbruikt.
Daarom is de Commissie voornemens tussentijdse maatregelen op te leggen om te voorkomen dat de uitsluiting serieuze en onherstelbare schade aan de markt toebrengt. Vanwege het risico op onherstelbare schade aan de mededinging acht de Commissie het opleggen van voorlopige maatregelen noodzakelijk.

Het onderzoek van de Commissie beslaat de gehele Europese Economische Ruimte, met uitzondering van Italië, waar de nationale mededingingsautoriteit reeds in december 2025 voorlopige maatregelen heeft opgelegd.

Europese Commissie sluit onderzoek naar Edwards Lifesciences na intrekking contentieuze beleid

De Europese Commissie (‘Commissie’) heeft op 16 februari 2026 haar onderzoek naar mogelijk misbruik van een economische machtspositie door Edwards Lifesciences afgesloten. Edwards Lifesciences is een producent van medische apparatuur voor cardiologische toepassingen. In september 2023 heeft de Commissie invallen uitgevoerd bij Edwards Lifesciences in het kader van een onderzoek naar een mogelijke schending van artikel 102 VWEU. Daarbij ging het onder meer om het mogelijk beperken van deelname aan medische onderzoeken of andere onderwijsactiviteiten die door concurrenten werden georganiseerd. Dit maakte deel uit van de Global Unilateral Pro Innovation (Anti Copycatting) Policy (‘UPIP’) van Edwards Lifesciences.

Na onderzoek, en in het licht van de intrekking van de UPIP door Edwards Lifesciences, heeft de Commissie het onderzoek afgesloten zonder een beslissing te nemen over de onderzochte gedragingen.

Kartels

BMA veroordeelt bpost, DPG Media, Mediahuis, en PPP en twee natuurlijke personen voor vervalsing aanbestedingsprocedure krantenconcessie 2023-2027

De Belgische Mededingingsautoriteit (‘BMA’) heeft een boete van in totaal € 11.898.483,- opgelegd aan DPG Media, Mediahuis, en PPP voor vervalsing van een aanbestedingsprocedure voor de krantenconcessie 2023-2027. De ondernemingen kwamen overeen dat het postbedrijf bpost de krantenconcessie toegewezen zou krijgen, en dat PPP zich terug zou trekken uit de aanbestedingsprocedure waardoor bpost de enige overgebleven inschrijver was.

Een dergelijke afspraak in aanbestedingsprocedures wordt ook wel ‘bid rigging’ genoemd, en wordt door mededingingsautoriteiten aangemerkt als een mededingingsbeperking naar strekking. Dit betekent dat de aard van de afspraak van een dusdanig ernstig karakter is dat het maken van de afspraak in principe op zichzelf al aanleiding is voor mededingingsautoriteiten om een inbreuk op het kartelverbod vast te stellen en een boete op te leggen.

Twee van de betrokken (natuurlijke) personen zijn eveneens beboet door de BMA. Aangezien dit de eerste keer is dat de BMA een boete oplegt aan natuurlijke personen heeft de BMA een boetevermindering van 50% toegepast, waardoor de betrokken natuurlijke personen in totaal een boete van € 6.300,- opgelegd hebben gekregen.

De onderneming bpost is volledig vrijgesteld van een boete omdat zij de BMA op de hoogte heeft gebracht van de verboden afspraak.

ACM start onderzoek naar anti-ronselbedingen ten aanzien van personeel IT-bedrijf

De Autoriteit Consument & Markt is een onderzoek gestart naar een IT-bedrijf waarvan zij vermoedt dat het afspraken heeft gemaakt met andere ondernemingen om elkaars medewerkers niet actief te benaderen of in dienst te nemen. Dergelijke afspraken worden ook wel anti-ronselbedingen genoemd. In het persbericht benadrukt de ACM dat dergelijke afspraken de mobiliteit van werknemers beperken waardoor zij minder makkelijk van baan kunnen wisselen, wat uiteindelijk kan leiden tot lagere lonen of minder goede arbeidsvoorwaarden.

De ACM zal de komende tijd onderzoeken of het bedrijf in kwestie inderdaad de mededingingsregels heeft overtreden. De ACM kan mogelijk een boete opleggen aan het bedrijf indien zij tot de conclusie komt dat de mededingingsregels zijn overtreden.

CBb vraagt het Hof van Justitie om verduidelijking over verticale prijsbinding in Samsung-zaak ACM

Het College van beroep voor het bedrijfsleven (‘CBb’), de hoogste bestuursrechter in mededingingszaken in Nederland, heeft het Hof van Justitie van de Europese Unie (‘Hof’) prejudiciële vragen gesteld over de reikwijdte van het begrip strekkingsbeperking bij verticale prijsbinding. Deze vragen zijn gesteld in de context van een gerechtelijke procedure die aanhangig is gemaakt door Samsung Benelux (‘Samsung’) tegen de Autoriteit Consument & Markt (‘ACM’).

De ACM heeft een boete opgelegd aan Samsung wegens verboden verticale prijsbinding in de periode 2013-2018. Volgens de ACM heeft Samsung getracht distributeurs van hun producten te dwingen om de adviesprijzen van Samsung strikt op te volgen waardoor distributeurs beperkt werden in de mogelijkheden om een eigen prijsbeleid te hanteren.

Verticale prijsbinding wordt in de regel gezien als een strekkingsbeperking naar Europees en Nederlands mededingingsrecht, waardoor vaststelling van deelname aan dergelijke afspraken in de regel voldoende is om aan te tonen dat de mededingingsregels zijn overtreden. Samsung voert echter aan dat hooguit sprake was van ‘vrijwillige verticale prijsafstemming’ en dat niet is aangetoond dat dergelijke afstemming dusdanig schadelijk is voor de concurrentie tussen distributeurs van Samsung-producten (ook wel: intrabrand-concurrentie) dat dit ook schadelijke gevolgen heeft voor de concurrentie tussen concurrenten van Samsung (ook wel: interbrand-concurrentie).

Deze argumentatie is vergelijkbaar met de argumentatie die in de Verenigde Staten in de zaak Leegin er uiteindelijk toe heeft geleid dat volgens de Amerikaanse rechtspraak de constatering dat sprake is van verticale prijsbinding niet noodzakelijkerwijs voldoende is om aan te tonen dat sprake is van een beperking van de mededinging.

Het CBb heeft nu besloten om in de Europese context het Hof de vraag voor te leggen of bij verticale prijsbinding naast de effecten op intrabrand-concurrentie ook de effecten van verticale prijsbinding op interbrand-concurrentie verplicht moeten worden meegenomen.

Hoge Raad wijst arrest in zaak over parallelle distributie van geneesmiddelen

De Hoge Raad heeft op 13 februari 2026 arrest gewezen in een zaak tussen Eureco Pharma B.V. en Zilveren Kruis Zorgverzekeringen N.V. Zilveren Kruis is een zorgverzekeraar in de zin van de Zorgverzekeringswet; Eureco Pharma is een groothandel in farmaceutische producten. Het geschil ziet op de inkoop van Imbruvica, een geneesmiddel voor de behandeling van bepaalde vormen van kanker.

De producent van Imbruvica, Janssen Cilag, betaalt zorgverzekeraars op nacalculatie een bedrag per door hen vergoed Janssen-Cilag-product. Dit bedrag stijgt naarmate het volume toeneemt. Zilveren Kruis heeft in 2020 en 2021 bij de vergoeding van declaraties een afslag toegepast op de maximuminkoopprijs voor Imbruvica die niet rechtstreeks bij Janssen Cilag was ingekocht; Imbruvica die wél bij Janssen Cilag was afgenomen, werd volledig vergoed. Hierdoor schaften academische ziekenhuizen het middel niet langer aan via groothandel Eureco Pharma. Sinds het tweede kwartaal van 2020 is Janssen Cilag daardoor de enige aanbieder van Imbruvica in Nederland.

Eureco Pharma vordert onder meer een verklaring voor recht dat dit afslagenbeleid in strijd is met het kartelverbod en daarmee onrechtmatig is. Deze vorderingen zijn in eerste aanleg en in hoger beroep afgewezen, waarna Eureco Pharma cassatieberoep heeft ingesteld. Zij stelt dat het afslagenbeleid een voorzienbaar en rechtstreeks gevolg is van afspraken tussen Zilveren Kruis en Janssen Cilag, en dat ziekenhuizen hierdoor uitsluitend bij Janssen Cilag zijn gaan inkopen, met uitsluiting van paralleldistributeurs zoals Eureco Pharma.

Het Gerechtshof oordeelde dat een kortingsafspraak als deze op zichzelf geen mededingingsbeperking vormt in de zin van artikel 101 lid 1 VWEU en/of artikel 6 Mededingingswet. De Hoge Raad bevestigt dat dit oordeel geen blijk geeft van een onjuiste rechtsopvatting en, mede gelet op het partijdebat, voldoende gemotiveerd is.

Verder heeft Eureco Pharma betoogd dat het afslagenbeleid neerkomt op een overeenkomst of onderling afgestemde gedraging tussen Zilveren Kruis en de ziekenhuizen, omdat zij zich — al dan niet onder protest — naar dit beleid hebben geschikt. De Hoge Raad verwerpt dit standpunt. Het gaat om een eenzijdige beslissing van Zilveren Kruis. Dat ziekenhuizen Imbruvica enkel bij Janssen Cilag afnemen, volgt volgens het Gerechtshof uit bedrijfseconomische redenen, mede omdat alleen bij Janssen Cilag ingekochte Imbruvica volledig werd vergoed. Dit oordeel laat de Hoge Raad in stand.

De slotsom is dat het cassatieberoep van Eureco Pharma wordt verworpen.

Concentratietoezicht

ACM keurt overname Solvinity door Kyndryl goed maar wijst op belang digitale autonomie

De Autoriteit Consument & Markt (‘ACM’) heeft de overname van Solvinity door Kyndryl goedgekeurd en heeft daarbij toegelicht dat zij geen concurrentieproblemen ziet als gevolg van de voorgenomen overname. In de toelichting op de goedkeuring geeft de ACM aan dat zij zich als mededingingsautoriteit richt op risico’s voor de concurrentie, maar dat zij het belang van het vergroten van digitale autonomie voor Nederland en van de Nederlandse Digitaliseringsstrategie onderschrijft.

Zowel Solvinity als Kyndryl leveren IT-diensten aan bedrijven en overheden, met inbegrip van het beheer en onderhoud van kritieke IT-systemen. Solvinity beheert de infrastructuur waarop DigiD draait. De ACM merkt op dat afnemers na de overname voldoende keuze houden uit andere Nederlandse en Europese aanbieders die soortgelijke diensten aanbieden.

De ACM wijst op de zorgen die in de media zijn ontstaan door de Amerikaanse herkomst van het moederbedrijf van Kyndryl, wiens Nederlands dochterbedrijf Solvinity overneemt. De vrees is geuit dat de Amerikaanse overheid na de overname via wetgeving toegang kan afdwingen tot gegevens die Solvinity verkrijgt in de uitvoering van haar werkzaamheden.

Het Bureau Toetsing Investeringen (BTI) – een onderdeel van de Nederlandse overheid dat toetsing van gevoelige investeringen uitvoert – zal de overname nog beoordelen op risico’s voor de nationale veiligheid.

Europese Commissie keurt UMG’s overname van Downtown onder voorwaarden goed

De Europese Commissie (“Commissie”) heeft de overname van Downtown Music (“Downtown”) door Universal Music Group (“UMG”) onder voorwaarden goedgekeurd. De Commissie beoordeelde de concentratie na een verwijzingsverzoek van de ACM, waarbij de Oostenrijkse mededingingsautoriteit zich ook had aansloten. Het in Nederland gevestigde UMG is wereldwijd actief in muziekopnames, muziekuitgeverij, merchandising en audiovisuele content, en verleent daarnaast artiesten en labeldiensten. Downtown biedt eveneens artiesten en labeldiensten aan en levert daarnaast royalty boekhouding via het Curve platform. De Commissie kwam tot de conclusie dat de transactie ervoor zou zorgen dat UMG via het Curve-platform toegang zou krijgen tot commercieel gevoelige gegevens van concurrerende platenlabels. Daarmee zou UMG inzicht krijgen in de winstgevendheid van artiesten van concurrerende labels en in markttrends, waardoor de mededinging op de markt voor muziekopnames zou worden belemmerd.

De Commissie keurt de overname goed onder de voorwaarde dat Downtown het Curve-platform volledig afstoot. Met deze aanpassing zijn er geen mededingingsbezwaren tegen de transactie. De bedrijven hebben immers op de markten waar hun activiteiten overlappen slechts een bescheiden marktaandeel.

Europese Commissie keurt overname van Wiz door Google goed

De overname van Wiz door Google is goedgekeurd door de Europese Commissie (“Commissie”). De aangemelde transactie heeft betrekking op de snelgroeiende cloudbeveiligingssector, waarin beide bedrijven actief zijn. Aangezien er meerdere gelijkwaardige concurrenten zijn waar klanten naar kunnen overstappen en Google geen toegang zou krijgen tot commercieel gevoelige gegevens, heeft de Commissie vastgesteld dat de transactie geen mededingingsbezwaren zou opleveren. De Commissie heeft de transactie daarom zonder voorwaarden goedgekeurd.

Contact

Heeft u vragen over een van de besproken onderwerpen of wilt u weten wat de ontwikkelingen betekenen voor uw organisatie? Neem dan gerust contact op met ons team