Raad van State kritisch over wetsvoorstel voor online verwijderbevel

 10 maart 2026 | Blog

Op 2 maart 2026 publiceerde de Afdeling advisering van de Raad van State een advies over het initiatiefwetsvoorstel om burgemeesters een bevoegdheid te geven om online berichten die de openbare orde verstoren van het internet te verwijderen. Hoewel de Raad van State de actuele zorgen over online aangejaagde rellen en ontwrichting begrijpt, is de Raad van State kritisch over het wetsvoorstel.

Een nieuwe bevoegdheid: het verwijderbevel

Het wetsvoorstel introduceert een bevelsbevoegdheid voor de burgemeester om een openbaar toegankelijk online bericht te verwijderen (een zogenoemd verwijderingsbevel). Hierbij kan worden gedacht aan posts op Facebook, X of Instagram. Berichten via besloten apps zoals WhatsApp vallen buiten de regeling. De initiatiefnemer stelt dat burgemeesters in de fysieke wereld allerlei instrumenten hebben (noodbevel, noodverordening, APV), maar dat die online onvoldoende toereikend zijn. Het verwijderbevel moet dat gat gaan dichten.

Kern van de kritiek van de Raad van State

De kritiek van de Raad van State zit in de kern op de volgende punten:

  1. Ingrijpende beperking van grondrechten

De Raad van State benadrukt dat een verwijderbevel een inmenging vormt in de vrijheid van meningsuiting en - wanneer het bericht oproept tot deelname aan een demonstratie - ook in de vrijheid van vergadering en betoging (art. 7 en 9 Grondwet, art. 10 en 11 EVRM). Om deze grondrechten te kunnen beperken moet worden voldaan aan de eisen van voorzienbaarheid, noodzakelijkheid, geschiktheid en proportionaliteit. Volgens de Raad schiet het voorstel op deze punten tekort. Volgens de Grondwet mogen repressieve beperkingen vanwege de inhoud van een online uitlating verder alleen worden gesteld op grond van een wet in formele zin. Dit vereiste houdt een verbod op delegatie in. Een onderdeel van het verbod op delegatie is dat de wet die de grondslag vormt voor het beperken van het grondrecht voldoende duidelijk moet zijn. Het is de formele wetgever niet toegestaan om door het gebruik van vage formuleringen de beperking van dit grondrecht feitelijk aan een lager orgaan, zoals de burgemeester, over te laten.

  1. Te ruime en onduidelijke bevoegdheid

Het voorstel gebruikt het begrip openbare orde’ als kern voor het verwijderbevel. Volgens de Raad van State is dat begrip in deze context te breed. Daardoor kunnen burgers volgens de Raad van State onvoldoende voorzien wanneer zij een bevel riskeren. De Raad adviseert de gevallen waarin een verwijderbevel kan worden opgelegd scherper af te bakenen.

  1. Twijfels over de effectiviteit

De Raad van State betwijfelt of het verwijderbevel praktisch uitvoerbaar en effectief is. Online berichten verspreiden zich razendsnel, terwijl vaak niet duidelijk is welke burgemeester bevoegd is en een burgemeester zeer snel moet handelen wil het bevel impact hebben. Ook wordt opgemerkt dat een verwijderbevel alleen (tijdig) kan worden afgegeven als de persoon die het bericht heeft geplaatst geïdentificeerd is. Er zijn echter veel situaties denkbaar waarin de identiteit van de plaatser niet (direct) duidelijk is. Deze praktische onzekerheden ondermijnen volgens de Raad de noodzakelijkheid en geschiktheid van de bevoegdheid.

  1. Overtuigend nut ontbreekt: er bestaan al alternatieven

De Raad van State wijst erop dat er al diverse juridische en informele instrumenten bestaan om online opruiing of ordeverstoring aan te pakken. De meerwaarde van een nieuwe, ingrijpende bevoegdheid wordt volgens de Raad van State onvoldoende onderbouwd. 

Advies: voorstel ingrijpend heroverwegen

De Raad van State adviseert om het wetsvoorstel in de huidige vorm niet in behandeling te nemen. De combinatie van de brede en onduidelijke normering, inbreuken op grondrechten, ernstige uitvoeringsproblemen en een onvoldoende aangetoonde meerwaarde maakt dat de Raad van State het voorstel als juridisch riskant en praktisch onwerkbaar beschouwt.

Contact

Heeft u vragen hierover? Neem gerust contact op met Mariëtta Buitenhuis.

Op 2 maart 2026 publiceerde de Afdeling advisering van de Raad van State een advies over het initiatiefwetsvoorstel om burgemeesters een bevoegdheid te geven om online berichten die de openbare orde verstoren van het internet te verwijderen. Hoewel de Raad van State de actuele zorgen over online aangejaagde rellen en ontwrichting begrijpt, is de Raad van State kritisch over het wetsvoorstel.

Een nieuwe bevoegdheid: het verwijderbevel

Het wetsvoorstel introduceert een bevelsbevoegdheid voor de burgemeester om een openbaar toegankelijk online bericht te verwijderen (een zogenoemd verwijderingsbevel). Hierbij kan worden gedacht aan posts op Facebook, X of Instagram. Berichten via besloten apps zoals WhatsApp vallen buiten de regeling. De initiatiefnemer stelt dat burgemeesters in de fysieke wereld allerlei instrumenten hebben (noodbevel, noodverordening, APV), maar dat die online onvoldoende toereikend zijn. Het verwijderbevel moet dat gat gaan dichten.

Kern van de kritiek van de Raad van State

De kritiek van de Raad van State zit in de kern op de volgende punten:

  1. Ingrijpende beperking van grondrechten

De Raad van State benadrukt dat een verwijderbevel een inmenging vormt in de vrijheid van meningsuiting en - wanneer het bericht oproept tot deelname aan een demonstratie - ook in de vrijheid van vergadering en betoging (art. 7 en 9 Grondwet, art. 10 en 11 EVRM). Om deze grondrechten te kunnen beperken moet worden voldaan aan de eisen van voorzienbaarheid, noodzakelijkheid, geschiktheid en proportionaliteit. Volgens de Raad schiet het voorstel op deze punten tekort. Volgens de Grondwet mogen repressieve beperkingen vanwege de inhoud van een online uitlating verder alleen worden gesteld op grond van een wet in formele zin. Dit vereiste houdt een verbod op delegatie in. Een onderdeel van het verbod op delegatie is dat de wet die de grondslag vormt voor het beperken van het grondrecht voldoende duidelijk moet zijn. Het is de formele wetgever niet toegestaan om door het gebruik van vage formuleringen de beperking van dit grondrecht feitelijk aan een lager orgaan, zoals de burgemeester, over te laten.

  1. Te ruime en onduidelijke bevoegdheid

Het voorstel gebruikt het begrip openbare orde’ als kern voor het verwijderbevel. Volgens de Raad van State is dat begrip in deze context te breed. Daardoor kunnen burgers volgens de Raad van State onvoldoende voorzien wanneer zij een bevel riskeren. De Raad adviseert de gevallen waarin een verwijderbevel kan worden opgelegd scherper af te bakenen.

  1. Twijfels over de effectiviteit

De Raad van State betwijfelt of het verwijderbevel praktisch uitvoerbaar en effectief is. Online berichten verspreiden zich razendsnel, terwijl vaak niet duidelijk is welke burgemeester bevoegd is en een burgemeester zeer snel moet handelen wil het bevel impact hebben. Ook wordt opgemerkt dat een verwijderbevel alleen (tijdig) kan worden afgegeven als de persoon die het bericht heeft geplaatst geïdentificeerd is. Er zijn echter veel situaties denkbaar waarin de identiteit van de plaatser niet (direct) duidelijk is. Deze praktische onzekerheden ondermijnen volgens de Raad de noodzakelijkheid en geschiktheid van de bevoegdheid.

  1. Overtuigend nut ontbreekt: er bestaan al alternatieven

De Raad van State wijst erop dat er al diverse juridische en informele instrumenten bestaan om online opruiing of ordeverstoring aan te pakken. De meerwaarde van een nieuwe, ingrijpende bevoegdheid wordt volgens de Raad van State onvoldoende onderbouwd. 

Advies: voorstel ingrijpend heroverwegen

De Raad van State adviseert om het wetsvoorstel in de huidige vorm niet in behandeling te nemen. De combinatie van de brede en onduidelijke normering, inbreuken op grondrechten, ernstige uitvoeringsproblemen en een onvoldoende aangetoonde meerwaarde maakt dat de Raad van State het voorstel als juridisch riskant en praktisch onwerkbaar beschouwt.

Contact

Heeft u vragen hierover? Neem gerust contact op met Mariëtta Buitenhuis.